|
|
|
|
InleidingHet is niet onze bedoeling om hier een volledige cursus leren leren neer te schrijven. Wel willen we een kort overzicht geven van de bekendste "kreten" uit dit onderwerp. Degenen die zich echter meer willen verdiepen in het Leren studeren, verwijzen we naar volgende website: http://www.leren.nl/cursus/leren_en_studeren/actief_leren/visueel_schema.html Deze site bevat een volledige en zeer goede cursus om technieken aan te leren die je kunnen helpen bij het studeren en het onthouden van je leerstof. Zeker de moeite waard om eens een kijkje gaan te nemen. Leren studeren, is trouwens niet alleen voor de "brave" studenten, zeker degenen die niet graag vele uren in hun studies steken, kunnen best de cursus eens overlopen. Er zitten vele tips in tot efficiënter studeren, en dit betekent enkel maar tijdswinst en toch een betere opbrengst!!!
PlannenStuderen moet een onderdeel zijn van je vaste dagroutine. Daarom moet je dit zeker opnemen in je weekplanning. Je momenten van sportactiviteiten of je hobby's liggen toch ook elke week vast. Dagelijks zet je enkele uurtjes vast als studietijd. Om dit makkelijker vol te houden, kan je een weekplanning opstellen en deze ergens op je kamer of in de keuken ophangen zodat je huisgenoten weten dat ze je tijdens die uurtjes niet moeten storen. (hier vind je een voorbeeld en een blanco om zelf mee te experimenteren.) Wat je elke dag dan tijdens de studietijd doet, hangt uiteraard samen met de lessenrooster en de opdrachten die je van school meekrijgt. Om je studietijd goed in te delen, kan je werken met een dagplanning. Elke dag voor je aan je schoolwerk begint, neem je je schoolagenda bij de hand en kijk je na welke lessen en taken er moeten voorbereid worden. Elk van deze opdrachten noteer je in de “dagplanning”. In de eerste kolom hoort het vak waaraan je gaat werken. Daarnaast beschrijf je kort de opdracht (bvb. “Taak B.p. 36, oef 5” of “Toets: hfst3 Varens en sporenplanten” ) en je schat de tijd die je ervoor nodig denk te hebben. Deze dagplanning knip je uit en plak je in je studeerschrift. Daaronder begint nu het echte studeerwerk. Studeren doe je immers schriftelijk!!! Na elke onderdeel dat je gestudeerd hebt, CONTROLEER je jezelf en noteer je in je dagplanning hoelang je hieraan gewerkt hebt. Als je na controle vaststelt dat je je les kent of dat je taak in orde is, teken je een J, indien niet, maak je er een L van. Wanneer je dit een tijdje volhoudt, zal je zien dat deze dagplanning een routine wordt en dat je geschatte tijd meer en meer overeen komt met je werkelijke tijd. Je leert dus ondertussen jezelf en je mogelijkheden ook beter kennen. En de zelfcontrole die erbij hoort, zorgt ervoor dat je met een geruster hart naar de toets kan vertrekken! Lukt het in het begin allemaal niet zo best, vraag dan hulp aan je klassenleraar of een andere vakleerkracht, maar geef niet op!!! Succes ermee!!!
5 StappenLeren gebeurt inderdaad ook in verschillende fases. Belangrijk hierbij is dat je geen enkele fase overslaat. Iedere fase heeft zijn nut. We overlopen de verschillende fases:
Schema's makenSoorten schema's ü Mind-mapping (spinschema) Zie hieronder ü Boomschema Het is een schema dat vertrekt uit één of twee woorden en zo telkens breder wordt. Denk maar aan een stamboom. ü Tabel Een tabel is een goede methode om dingen te vergelijken. Je ziet de dingen goed naast elkaar. ü Combinaties Combinaties zijn er in allerlei vormen. Het is heel belangrijk dat je hierin je eigen weg vindt. Dit geldt trouwens voor al deze schema’s. Zoek hierin je eigen weg. Geen schema’s maken is GEEN weg !!! Wij hebben je enkel mogelijkheden aangereikt, vul jij ze nu op een goede manier in. Mindmapping Mind-mapping is een veel gebruikt woord in het onderwijs maar weinigen weten wat ermee wordt bedoeld. Het is in feite een gestructureerd schema. Soms wordt een mind-map ook wel eens een spinschema genoemd. Zoals je op je pc mappen aanmaakt om alles vlug terug te vinden ga je dat ook doen met leerstof. Indien de kantlijninformatie goed is gebeurd, is dit een ideale manier om aan je mind-map te beginnen. Deze kantlijninformatie is de basis van je mind-map. Vanuit deze kantlijninformatie ga je de antwoorden in het kort noteren. Het is dus in feite een plaats waar je vraag en antwoord en titels in een schemavorm samenbrengt. Belangrijk is dat je voldoende plaats gebruikt voor je schema te maken. Het kan trouwens zijn dat bij een volgende les je schema nog moet aanvullen. Op deze manier leeft je mind-map en dan ben je goed bezig. Het is tevens ook belangrijk dat je afkortingen en tekeningen in je mind-map gebruikt. Dit werkt sneller en je onthoudt de dingen beter. Probeer voor iedere nieuwe tak (poot) een andere kleur te gebruiken dit is veel overzichtelijker. Nadat een mind-map af is stop je ze samen met de andere van dat vak. Een schrift waar je de bladen kan uitdoen of een ringmap lijken mij hiervoor het best. Zorg er dan ook voor dat je NOOIT 2 verschillende vakken op 1 blad zet. STRUCTUUR is één van de belangrijkste woorden binnen mind-mapping. Denk maar aan je schema maar ook aan het correct opbergen van je materiaal. Wil je mindmaps op je PC maken, dan vind je hier leuke software op dat op een makkelijke manier te doen.
MemoriserenDat niet alle vakken hetzelfde zijn, zullen we jullie niet moeten uitleggen. Denk maar een even aan wiskunde en godsdienst… Dat houdt natuurlijk ook in dat je niet ieder vak op dezelfde manier kan studeren. In dit hoofdstuk gaan we enkele tips bekijken per vakgebied. 1. TAAL (Nederlands, Frans, Duits, Engels, Latijn,…) WOORDENSCHATZoals bij alle vakken is het natuurlijk belangrijk om op te letten tijdens de les. Tijdens de les worden tips gegeven en geeft de leerkracht vaak tussen de regels enkele (toets)vragen. ü Bij talen is natuurlijk ook de uitspraak van erg groot belang. Let daarom extra op bij nieuwe woordenschat. Hier kan je vaak al linken leggen bij andere talen: Ned. familie Fr. Famille Eng. Family Duits Familie Latijn familia ü Heel waarschijnlijk blijven er nu nog een hele hoop woorden over die je op geen van de vorige manieren zal kunnen onthouden. Dan is het misschien goed om in jou schrift per vak een woordenlijst aan te leggen. Verdeel je blad in twee. In de eerste kolom schrijf je het moeilijke woord en in het midden het synoniem of de uitleg. Op deze manier kan je in twee richtingen studeren. Bvb.:
ü Studeer vreemde talen ALTIJD met het lidwoord erbij!
ü Waarschijnlijk moet ik je niet vertellen dat regelmatig herhalen van woordenschat een must is. Let wel op: Het is beter 3x 10 minuten te herhalen dan één keer een halfuur. ü Studeer je woordenschat niet enkel mondeling. Zou het geen zonde zijn als je de betekenis van een woord wel kent maar dat je punten zou verliezen omdat je het woord foutief schrijft. Weet ook dat indien je schriftelijk studeert alles veel beter blijft “hangen”. SPRAAKKUNSTü Zorg in de eerste plaats dat je alles begrijpt wat er in regel staat. Zoniet vraag onmiddellijk uitleg (of zoek het op). ü Probeer de regel in eigen woorden te vertellen. ü Bestudeer de voorbeelden die bij de regel staan zeer grondig. Probeer nadien zelf voorbeelden bij te zoeken. ü Leg een lijst aan van alle spraakkunstregels. ü Herhaal de voorgaande regels in deze lijst telkens opnieuw. Voor de meeste studenten is dit één van de grootste struikelblokken bij taalvakken. Wij trachten je hieronder enige houvast te geven. Woorden Wij onderscheiden 3 soorten woorden die elk hun eigenschap hebben. 1) Hoorwoorden: je schrijft deze woorden zoals je ze uitspreekt. Belangrijk hierbij is dat je goed op de correcte uitspraak let. 2) Weetwoorden/onthoudwoorden: dit zijn woorden die je niet mag schrijven zoals je ze hoort. Tevens kan je hier ook geen spellingsregel op toepassen. Deze woorden moet je onthouden en dus regelmatig studeren. 3) Regelwoorden: deze reeks van woorden kan je correct schrijven door een spellingsregel toe te passen. Net zoals je bij het studeren van je woordenschat een lijstje aanlegt kan je ook een lijstje van moeilijke woorden aanleggen. In sommige cursussen raden ze aan in 3 kolommen te werken.
Je kan ook werken met een kenteken voor ieder woord. Bvb.: * Hoorwoorden # Weetwoorden • Regelwoorden Belangrijk is dat je de methode kiest die voor jou goed lijkt. Zorg er vooral voor dat je steeds dezelfde methode gebruikt. Dit levert een structuur op en daardoor ga je veel minder tijd verliezen en ga je efficiënter werken. Geen nood als je een woord niet onmiddellijk in één van de kolommen kan onderbrengen. Het feit dat je over het woord hebt nagedacht geeft je al een stap voor. Nu nog regelmatig herhalen en dan zal je ook dit woord foutloos schrijven. EEN OPSTEL / SCHRIJFOEFENINGMeestal krijg je voor deze opdracht meerdere dagen tijd. Gebruik deze dagen om je opstel voldoende voor te bereiden. Gebruik de eerste dagen om enkele gedachten te noteren. De gekste dingen mogen hierop. Dit moeten nog geen volledige zinnen, enkele trefwoorden is voldoende. De volgende dagen ga je deze gedachten ordenen. De belangrijkste blijven over andere laat je links liggen. Rond deze kernwoorden ga je je tekst beginnen op te bouwen. Als je eenmaal aan de tekst begint moet je eraan denken om deze op te delen in verschillende delen. In een opstel komen zeker 3 delen terug (inleiding, midden en slot). Als je al het voorgaande hebt gedaan, lees dan je tekst eens goed na. Wees eerlijk voor jezelf. Is het echt spannend, humoristisch,…? Bepalingen kunnen een tekst aangenamer maken om te lezen. Lees de volgende teksten maar eens. Tekst I Marcels gezicht werd zo mogelijk nog roder. Sneeps bovenlip krulde om, maar hij ging naar buiten en trok de deur met een klap achter zich dicht. “Goed,” zei professor Lupos, die gebaarde dat de leerlingen moesten meekomen naar de verste hoek van de kamer, waar een oude kleerkast stond. Professor Lupos ging naast de kast staan, die plotseling begon te schommelen en tegen de muur sloeg. “Maak je geen zorgen,” zei professor Lupos kalm, omdat een paar mensen geschrokken achteruit waren gedeinsd. “Er zit een boeman in.” De meeste leerlingen vonden dat blijkbaar wel degelijk een reden om je zorgen te maken. Tekst II Marcels gezicht werd roder. Sneeps bovenlip krulde om, maar hij ging naar buiten en trok de deur dicht. “goed,” zei professor Lupos. Professor Lupos ging naast de kast staan. “Maak je geen zorgen,” zei professor Lupos. “Er zit een boeman in.” De leerlingen vonden dat een reden. Indien je uiteindelijk tevreden bent over je tekst, kijk dan eens goed na op eventuele schrijffouten. (Lees jou tekst na alsof hij van iemand anders is.) Als het mogelijk is, laat je je tekst best nog eens door iemand anders nalezen. Als dit alles is gebeurd, kan je de tekst in het net overschrijven. Steek ook hier voldoende tijd in want het eerste zicht is heel belangrijk. Vakken als geschiedenis, biologie, aardrijkskunde e.a. kan je op dezelfde manier studeren. Deze vakken studeer je op dezelfde manier gelijk we een tekst studeren met aandacht voor titels, kernwoorden, kantlijninfo, mind-mapping,… Doch moeten we bij enkel van deze vakken toch wel extra informatie geven: GESCHIEDENISü Waar situeren we dit hoofdstuk in functie van de tijd en ruimte? ü Hoe zit het met de aspecten van de geschiedenis? § Sociaal § Territoriaal § Economisch § Politiek § Cultureel § Godsdienstig § Wetenschappelijk Kan je deze dingen onderbrengen in je mind-map? ü Bestudeer tabellen, schema’s en tekeningen zorgvuldig EN gebruik ze in jou studiemateriaal. ü Vul schema’s … met potlood in dan kan je ze hergebruiken. ü Gebruik een aangepaste studiemethode: Boomschema, tabel, mind-map,… Dit vak omvat heel uiteenlopende thema’s. Daarom is het moeilijk om te zeggen hoe je dit vak moet studeren. Je zal voor ieder thema moeten bekijken waar je wat het beste kan gebruiken. Zorg er wel voor dat je extra aandacht geeft aan kaarten en de legende ervan. WISKUNDE / FYSICA / …DEFINITIES ü Leg een schrift aan (zie atoma) waar je al je definities in verzamelt. Zorg ervoor dat je de definities niet zomaar uit je hoofd leert, begrijp ook wat er staat. ü Vraag je leerkracht of het de bedoeling is dat je de definities letterlijk moet formuleren of dat je je eigen woorden mag gebruiken. Indien dit laatste mag, moet je er wel voor zorgen dat je alles correct en volledig formuleert. BEWIJZEN ü Bij bewijzen moet je ervoor zorgen dat je naar de volgende regel kan als je de waarom-vraag hebt beantwoord. OEFENINGEN ü Bestudeer in de eerste plaats de oefeningen die je in de klas hebt gemaakt. ü Maak enkele oefeningen opnieuw die je in de klas hebt gemaakt. Zijn deze goed dan kan je naar de volgende stap gaan. Zijn er oefeningen niet correct, dan zoek je op wat er fout is en hoe dat komt. ü Maak nu enkele oefeningen die je in de klas nog niet gemaakt hebt (na een tijdje ken je trouwens de oefeningen van de klas uit je hoofd, en dat is niet de bedoeling) en laat ze nakijken door je leerkracht of iemand anders waar je zeker van bent dat hij of zij het kan.
|
|
Laatst bijgewerkt op: dinsdag, 17 oktober 2006 |